Om merkinbreuk te plegen, moet de inbreukmaker het merk natuurlijk wel gebruiken. De vraag rijst dus wat gebruik van een merk precies is. Het antwoord op deze vraag lijkt eenvoudig. De wetgever heeft bepaald dat onder meer sprake is van merkgebruik bij:
– het aanbrengen van het merk op producten en verpakkingen;
– het aanbieden, in de handel brengen of in voorraad hebben van producten met dat merk;
– het invoeren en uitvoeren van producten met dat merk;
– het gebruik van het merk in stukken voor zakelijk gebruik en in advertenties.
Dat lijkt een redelijk uitputtende definitie van merkgebruik. Maar toch blijken zich in de dagelijkse praktijken gevallen voordoen waarbij de vraag rijst of sprake is van merkgebruik. Recent heeft het Europese Hof van Justitie een oordeel geveld over de volgende casus. Red Bull is een bekende energydrank. Om deze bekendheid te beschermen heeft zij een aantal merkregistraties voor de Benelux verricht. Frisdrankenindustrie Winters B.V. is gespecialiseerd in contract filling: het in opdracht van anderen bottelen van dranken in flessen en blikken. Het bedrijf Smart Drinks had aan Winters opdracht gegeven om blikjes energydrank af te vullen. Zij had aan Winters de lege blikjes geleverd en het extract van de energydrank. Winters heeft het extract in de blikjes gedaan en afgevuld met water. Het merkenrechtelijke probleem schuilt er in dat de blikjes al waren voorzien van de opdruk Bull Fighter en Pittbull. Deze aanduidingen zouden heel goed een merkinbreuk kunnen opleveren. Maar wordt die merkinbreuk dan ook door Winters gepleegd?
De rechtbank en het gerechtshof in Den Bosch vonden van wel, maar de Hoge Raad was daar niet zo zeker van en legde de zaak voor aan het Europese Hof. Dat Hof komt tot de slotsom dat er geen sprake is van merkinbreuk op de rechten van Red Bull. Het merkenrecht beschermt immers het belang van de fabrikant dat er geen verwarring ontstaat bij het publiek tussen zijn producten en namaak. De diensten die Winters aan Smart Drinks levert zijn niet zichtbaar voor het publiek. Daarom maakt Winters geen gebruik van het merk en pleegt hij geen inbreuk.
De hele uitspraak leest u -hier-.


