Geplaatst op 24.4.2012 door Hans Bakker | Advocaat bij Avinci Advocaten
Een goede naam is geld waard. Dat dit spreekwoord klopt, blijkt wel uit het feit dat Philips haar merkrechten op het merk "Senseo" heeft verkocht. In 2001 heeft Philips samen met Sara Lee (Douwe Egberts) het Senseo-concept ontwikkeld. Philips nam daarbij het koffiezetapparaat voor haar rekening en Douwe Egberts de bekende koffiepads. De rechten op het merk "Senseo" berustte zowel bij Philips als bij Douwe Egberts. Philips was de enige die koffiezetapparaten onder het merk Senseo mocht verkopen en Douwe Egberts had de merkrechten voor koffiepads.

Recent heeft Douwe Egberts de merkrechten van Philips gekocht voor een bedrag van 170 miljoen euro gekocht. Philips blijft wel de nieuwe Senseo-apparaten maken. Waarschijnlijk zal Philips daarvoor wel een licentie-vergoeding aan Douwe Egberts moeten betalen. Met deze transactie heeft haar goede naam in klinkende munt omgezet en kapitaal vrijgemaakt om in nieuwe vindingen te kunnen steken.

Geplaatst in: merkrecht
Geplaatst op 2.4.2012 door Hans Bakker | Advocaat bij Avinci Advocaten

Wanneer een merkhouder een probleem heeft met een domeinnaam die een ander geregistreerd heeft, dan is een gang naar de rechter niet altijd noodzakelijk. De SIDN, die de Nederlandse domeinnamen uitgeeft, is aangesloten bij de arbitrageregeling voor domeinnamen van de World Intellectual Property Organisation ("WIPO"). Volgens de WIPO-arbitrageregels moet een domeinnaam worden overgedragen als er aan drie criteria is voldaan.

(1) De domeinnaam moet identiek of verwarringwekkend veel lijken op een merk of handelsnaam;

(2) degene die de domeinnaam geregistreerd heeft, heeft geen rechten op of legitiem belang bij de domeinnaam;

(3) de domeinnaam is te kwader trouw geregistreerd.

Een Nederlandse arbiter moest onlangs oordelen over de volgende zaak. Jos Beeres Wijnkoperij is een officieel verkoper van de wijnen van Wijnhuis Louis Latour ("sinds 1797"). Om reclame te maken voor de wijnen van Latour en deze wijnen te verkopen had Beeres de domeinnaam louislatour.nl geregistreerd. En dat was tegen het zere been van Louis Latour, die de zaak aan het WIPO voorlegde.

Met het eerste criterium was de arbiter snel klaar, aangezien de domeinnaam exact gelijk is aan de handelsnaam van het Franse wijnhuis. Het tweede criterium leverde een verrassing op. Op het eerste gezicht zou je denken dat Beeres inderdaad een geldige reden heeft om de domeinnaam louislatour.nl te registreren, hij verkoopt via die website immers de wijn van Louis Latour. Maar de arbiter dacht daar –op basis van eerdere jurisprudentie- anders over.

Zo'n legitiem belang bij de domeinnaam heb je alleen als je via die website uitsluitend en alleen de merkproducten van de ander verkoopt. Als je via die website ook producten van de concurrent verkoopt, dan vervalt daarmee je legitiem belang. Op het domein louislatour.nl stond maar één pagina, alle twee de links verwezen naar een sub-pagina op de eigen website van Beeres waarop de wijnen van Louis Latour gekocht konden worden. Maar dat was onvoldoende voor de arbiter, omdat het op de bestelpagina van de webwinkel van Beeres vrij makkelijk is om te switchen van een wijn van Louis Latour naar een wijn van een concurrerend wijnhuis.

Het derde criterium, de kwade trouw, was daarmee volgens de arbiter een gegeven. Beeres was immers van het bestaan van Louis Latour op de hoogte. Het was dus geen toeval dat hij juist deze domeinnaam had geregistreerd. Daarmee was aan alle criteria voldaan en oordeelde de arbiter dat de domeinnaam aan Louis Latour moet worden overgedragen.

Enige voorzichtigheid in webwinkelland is dus geboden als u een reclamesite voor één specifiek merk in de lucht wilt houden.

Geplaatst in: domeinnamen
Geplaatst op 19.1.2012 door Hans Bakker | Advocaat bij Avinci Advocaten

Tony Beck is een stemacteur. Op verzoek van een ander had hij een lijst van ongeveer 60 woorden en zinswendingen in het Frans ingesproken. Deze persoon had namelijk van TomTom opdracht gekregen om het lijstje met woorden in diverse talen te laten inspreken. Deze derde heeft hiervoor ook een bedrag aan Tom Tom in rekening gebracht. Beck heeft voor het inspreken van de woorden lijst nooit een vergoeding ontvangen, ondanks het feit dat hij van de "stemmenbemiddelaar" een rekening van € 450 mocht sturen.


De stemacteur vindt het kennelijk toch wel wrang dat meer dan 50 miljoen mensen op "zijn aanwijzingen" hun plek van bestemming bereiken zonder dat hij daarwat aan verdiend. Hij spreekt TomTom aan op grond van de Wet op de Naburige Rechten. Deze wet is de "buurjongen van de Auteurswet" en beschermd de prestaties van de uitvoerende kunstenaars. De schrijver en componist van een lied kunnen een beroep doen op het auteursrecht. De zanger van het lied kan een beroep doen op het naburige recht.


Tony Beck gaat er echter aan voorbij dat een naburig recht alleen wordt verkregen op de uitvoering van een werk dat ook voor auteursrechtelijke bescherming in aanmerking komt. Een dergelijk werk moet volgens de vaste jurisprudentie een "eigen, oorspronkelijk karakter hebben en het persoonlijk stempel van de maker dragen". Daarvan is volgens de rechter bij de lijst van TomTom geen sprake van. Geen auteursrecht, dus ook geen naburig recht.


Als vangnet beroept Beck zich op het portretrecht. Dat moet volgens hem zeer ruim uitgelegd worden, want ook uit de stem kan immers iemands identiteit worden herkend. Daar is de rechter snel klaar mee. Een portret moet toch wel een afbeelding zijn. Louter het stemgeluid is geen afbeelding van iemand en de menselijke stem wordt dus niet door het portretrecht beschermd.


Tony Beck blijft dus met leger handen staan omdat TomTom aannemelijk maakt dat alle "standaardstemmen een vaste vergoeding van € 450 ontvangen. Alleen bij bijzondere stemmen wordt nog wel eens een omzetgerelateerde licentievergoeding betaald. Maar daar is bij Tony Beck geen sprake van. Nu hij aanvankelijk de vergoeding van € 450 niet heeft gefactureerd, moet hij zich tevreden stellen met de wetenschap dat miljoenen mensen zijn stem met betrouwbare route-informatie associëren.
 
Het vonnis van de rechtbank Amsterdam leest u -hier-.
Geplaatst in: auteursrecht
Geplaatst op 13.1.2012 door Hans Bakker | Advocaat bij Avinci Advocaten
 

Twee beveiligingsbedrijven uit Maarssen dreigden een geschil te krijgen over hun handelsnamen. Scorpio Beveiligingen Maarssen B.V. voerde als eerste de handelsnaam SBM Beveiligingen. Daarnaast had zij ook het woordmerk SBM en een beeldmerk SBM Beveiligingen bij het Benelux Bureau voor de Intellectuele Eigendom gedeponeerd. Nadien startte oud-werknemer Freeth de onderneming Freeth Beveiligingen Maarssen B.V. Die onderneming voerde FBM Beveiligingen als handelsnaam.


SBM Beveiligingen vond dat FBM Beveiligingen inbreuk maakte op haar handelsnaam en haar merkrechten. Niet zo'n gekke gedachte, want beide bedrijven zijn in Maarssen gevestigd. FBM Beveiligingen koos eieren voor haar geld en wijzigde haar handelsnaam in Freeth Beveiligingen. Zij paste de uniformen van haar personeel aan, verving de bestickering van haar bedrijfsauto's en liet nieuw briefpapier ontwerpen.


Ondanks deze wijzigingen van Freeth Beveiligingen, liet SBM Beveiligingen een aangekondigd kort geding doorgang vinden. Freeth Beveiligingen had haar handelsnaam immers nog niet gewijzigd in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel en zij weigerde ook om een onthoudingsverklaring te tekenen met een boeteclausule. Daardoor bestond volgens SBM Beveiligingen nog altijd het risico dat Freeth Beveiligingen toch weer de handelsnaam FBM Beveiligingen zou gaan voeren.


De Voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht was het daar mee eens. Door het weigeren een onthoudingsverklaring met boeteclausule te tekenen, had SBM Beveiligingen voldoende reden om een vordering in te stellen. Nu Freeth Beveiligingen door de geëiste wijzigingen door te voeren impliciet had erkend dat zij inbreuk had gemaakt op de handelsnaam, werden de vorderingen van SBM Beveiligingen toegewezen. Voor iedere toekomstige inbreuk op de handelsnaam of merkrechten van SBM Beveiligingen moet Freet Beveiligingen een dwangsom van € 500 per dag betalen. Op die manier verzekert de rechter dat er voor Freeth Beveiligingen een financiële prikkel is om zich aan haar toezegging te houden de intellectuele eigendomsrechten van SBM Beveiligingen te respecteren.
 
Het vonnis kunt u -hier- lezen.
Geplaatst in: handelsnaam
Concrete vragen?
Direct advies?
E-mail uw vraag
 
buiten kantoortijden:
06 - 52 31 32 66